900 gram gekookt rijst (in de video zei ik 300 gram, maar dat is ongekookt)
2 el ketjap manis
1 el soja saus
1 el vissaus
1 el oestersaus
1 tl sambal oelek
1 grote sjaloot
2 teentjes knoflook
1/2 tl trassie oedang
1/2 tl witte peper
1/2 tl zout
1 bosui
handje platte peterselie of iets anders groen, bijvoorbeeld koriander (optioneel)
Bereidingswijze
Stap 1: De garnalen en eieren voorbakken
Zet een wok op het vuur en laat deze goed heet worden. Voeg vervolgens twee eetlepels olie toe.
Doe de gepelde en schoongemaakte garnalen in de wok. Bak ze kort totdat ze mooi roze beginnen te worden en gaar zijn.
Schuif de garnalen naar één kant van de wok (of leg ze apart) om te voorkomen dat de rijst straks te nat wordt van het vocht dat uit de garnalen komt.
Breek de twee eieren in het lege deel van de wok en roerbak ze ter plekke tot een rul roerei.
Haal de voorgebakken garnalen en het roerei uit de wok en schep ze samen in een kommetje om later te gebruiken.
Stap 2: De aromatische basis fruiten
Draai het vuur iets zachter en voeg opnieuw een beetje olie toe aan dezelfde wok.
Snipper het sjalotje in grove stukjes en fruit deze aan in de olie.
Pers de twee teentjes knoflook (dit kan eventueel met schil en al in de knoflookpers) direct boven de pan uit en bak dit mee.
Voeg de sambal oelek en een stukje trassie toe aan de sjalot en knoflook. Bak dit kort mee totdat de trassie smelt en alle aroma’s goed vrijkomen.
Stap 3: De rijst en sauzen toevoegen
Voeg de koude, droge (basmati)rijst toe aan de wok.
Giet de lichte sojasaus, vissaus, oestersaus en de ketjap manis over de rijst.
Voeg een snufje witte of zwarte peper toe.
Meng het geheel grondig op hoog vuur. Druk eventuele rijstklontjes met de spatel los totdat alle rijstkorrels een mooie, gelijkmatige bruine kleur hebben gekregen.
Stap 4: Afmaken en serveren
Zodra de rijst goed gemengd en warm is, mogen de apart gehouden garnalen en het roerei terug in de wok. Schep alles goed om.
Hak de lente-ui en de platte peterselie (of eventueel selderij/koriander naar smaak) fijn en roer dit door de nasi voor een frisse kleur en smaak.
Proef de nasi goed. Als het gerecht nog wat extra zout kan gebruiken, strooi er dan op het allerlaatst nog een klein snufje zout over.
Zet het vuur nog heel even kort op de allerhoogste stand om de nasi die heerlijke, authentieke wok-smaak te geven. Schep op een bord en serveer direct met een paar mooie garnalen bovenop.