
Een klassieker uit de Oostenrijkse Alpen: luchtig, gekaramelliseerd en eenvoudig te bereiden.
Ingrediënten
- 150 gr bloem
- 3 eieren
- 1 snufje zout
- 1 el suiker (naar eigen smaak)
- 1 el vanillesuiker
- 250 ml melk
- Optioneel: een scheutje rum en een handje rozijnen
- Om te bakken: boter of reuzel (Ghee)
- Voor de afwerking: poedersuiker
Bereidingswijze
- Het beslag maken: Meng de bloem, het zout, de suiker, de vanillesuiker en de melk met een garde tot een halfvast beslag. Roer daarna de eieren erdoor en voeg voorzichtig de (optionele) rum toe.
- Bakken: Verhit een pan op laag vuur en laat een klontje boter smelten. Giet het beslag in de pan en strooi de rozijnen eroverheen. Doe de deksel op de pan en bak de onderkant op de laagste stand goudbruin.
- Wenden: Draai de pannenkoek in zijn geheel om, doe de deksel weer op de pan en laat de andere kant kort bakken.
- Karamelliseren: Trek de Kaiserschmarrn met twee vorken of een spatel in onregelmatige stukjes. Strooi er nog wat extra suiker overheen en voeg opnieuw een klontje boter toe. Meng alles goed en laat de stukjes met de deksel op de pan kort karamelliseren.
- Serveren: Bestrooi de verse Kaiserschmarrn met een flinke laag poedersuiker. Serveer traditioneel met vossenbessencompote (Preiselbeeren), appelmoes of een pruimencompote (Zwetschkenröster).
Een tip:
In dit specifieke recept worden de eieren direct door het beslag geroerd voor een snelle bereiding. Wil je hem nóg luchtiger? Splits dan de eieren, klop het eiwit stijf met de suiker en spatel dit op het allerlaatste moment door het beslag.