Dit recept combineert frisse groenten met een aromatische zoetzure marinade voor een heerlijke bijgerecht.
Ingrediënten
- 200 gram witte kool, fijngesneden
- 100 gram wortel, in dunne reepjes of julienne gesneden
- 100 gram taugé (pas op het einde toevoegen)
- 1 kleine komkommer, in halve maantjes gesneden (zonder zaadjes)
- 1 rode paprika, in dunne reepjes gesneden
- 1 kleine ui, dun gesneden
- 2 teentjes knoflook, fijngehakt
- 1 stukje laos (circa 2 cm), gekneusd of geraspt
- 2 cm verse gember, geraspt
- 2 salam blaadjes
- 3 limoenblaadjes
- 1 rode chilipeper, fijngehakt
- 100 ml azijn
- 100 ml water
- 2 eetlepels palmsuiker
- 1 theelepel kurkuma
- Zout naar smaak
Bereidingswijze
- Voorbereiden van de Groenten
- Voor een zachtere atjar kun je de kool en wortel kort blancheren (één minuut in kokend water, daarna direct koud spoelen). Laat ze rauw voor een knapperiger resultaat.
- Doe alle gesneden groenten, behalve de taugé, in een grote kom of een schone pot.
- Bereiden van de Marinade
- Verwarm in een pannetje de azijn, water, palmsuiker, kurkuma, fijngehakte knoflook, geraspte gember, gekneusde of geraspte laos, limoenblaadjes, salam blaadjes en de fijngehakte rode peper.
- Laat dit mengsel zachtjes trekken voor 5 tot 10 minuten. De smaken zullen zich goed vermengen en een heerlijk aroma verspreiden.
- Breng de marinade op smaak met een snufje zout. De saus moet zoetzuur zijn; pas de verhouding aan naar je eigen voorkeur.
- Samenvoegen en Laten Rusten
- Giet de warme marinade over de voorbereide groenten. Roer alles goed door elkaar zodat de groenten gelijkmatig bedekt zijn.
- Laat de atjar volledig afkoelen. Dek de kom of pot af en zet deze vervolgens minimaal 4 uur, en bij voorkeur een hele nacht, in de koelkast. Dit geeft de smaken de tijd om goed in te trekken.
- Voeg de taugé pas toe vlak voordat je de atjar serveert voor een optimale knapperigheid.